Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Druiventrosflesjes

De Romeinen begroeven hun doden langs de uitvalswegen van de nederzettingen. Deze gewoonte werd in Romeins Nederland overgenomen, zo ook in Heerlen, in de Romeinse tijd een bloeiende nederzetting genaamd Coriovallum. Coriovallum lag op een kruispunt van twee belangrijke Romeinse wegen, een zuid-noord, van Aken naar Birten, en een oost-west, van Keulen naar Bavai. Deze oude Romeinse wegen waren omstreeks 1920, zij het met geringe afwijkingen, nog in gebruik. Langs de oostelijke uitsvalsweg richting Keulen werden in 1920, tijdens grondwerkzaamheden, vier stenen askisten aangetroffen, nadat eerder op hetzelfde terrein reeds meer dan tien crematiegraven waren gevonden. Het was duidelijk dat het een grafveld uit de Romeinse tijd betrof.

De kisten lagen dicht bij elkaar, op een apart gedeelte van het grafveld. Ze waren gemaakt van een geelgrijze zandsteen-soort die vlak in de buurt was gedolven. In alle kisten bevond zich in het midden een hoopje verbrande beenderen, terwijl buiten elke kist een hoopje houtas vermengd met beenderresten lag, de overblijfselen van de brandstapel waarop de dode was gecremeerd. In twee kisten bevonden zich slechts enkele glazen flessen. De resterende twee hadden een zeer kostbare inhoud. Uit de ene kist kwamen vooral barnstenen voorwerpen, uit de andere kwam vooral glazen vaatwerk.

De twee parfumflesjes van blauwgroen glas zijn gemaakt in de vorm van druiventrossen. Ze zijn identiek, alleen hals en oren verschillen onderling enigszins. De verklaring hiervoor is dat de flesjes met behulp van dezelfde tweedelige vorm of mal zijn geblazen, hals en oren werden apart afgewerkt zodat ze enigszins verschillend van vorm konden worden.

Vormgeblazen glas was gedurende de gehele Romeinse tijd in gebruik, het was bijzonder populair in de 1ste en 2de eeuw na Chr. Het blazen met behulp van mallen maakte allerlei excentrieke vormen mogelijk die met behulp van de blaaspijp alleen niet gemaakt konden worden. Zeer geliefd waren flesjes in de vorm van een (dubbel) hoofd. Druiventrosflesjes zijn veel zeldzamer. Enkele voorbeelden zijn bekend uit Keulen en uit Trier, en uit Frankrijk. Ze worden over het algemeen gedateerd in de 2de eeuw na Chr. In Keulen, een belangrijke stad in de Romeinse tijd, ontstond in de loop van de 1ste eeuw na Chr. een bloeiende glasindustrie. Het is goed mogelijk dat de druiventrosflesjes daar zijn vervaardigd.

Tot de inhoud van deze grafkist behoort ook een drinkbeker van donkergroen glas, versierd met witte guirlandes. De beker is vrij geblazen, in het oppervlak zijn als versiering rijen witte glasdraden ingesmolten die vervolgens zijn opgekamd waardoor het effect van guirlandes ontstaat. Sterk gekleurd glas met ingesmolten glasdraden of -noppen in contrasterende kleuren was vooral geliefd in de eerste eeuw na Chr. Ook het potje en het flesje, gemaakt van vrijgeblazen, gemeleerd glas vallen in deze categorie. De vierkante glazen fles en het parfumflesje met lange smalle hals waren gedurende lange tijd in gebruik.

Behalve het glaswerk bevatte deze kist enkele voorwerpjes van brons, waaronder een spatel en een kisthengseltje, een benen naald en ten slotte een zeer fraai gouden parfumflesje dat helemaal is versierd met gouddraad en kleine gouden bolletjes. De uitgespaarde vakjes waren opgevuld met blauw email dat nu grotendeels is verdwenen. Op het hoopje houtas buiten de kist waren vijf olielampjes geplaatst. Deze lampjes en de druiventrosflesjes dateren de bijzetting in de 2de eeuw na Chr. De beker, het potje en het flesje dateren alle uit de 1ste eeuw na Chr. en waren waarschijnlijk erfstukken die pas veel later aan een nazaat van de oorspronkelijke bezitter in het graf zijn meegegeven. Onderzoek van de crematieresten van de overledene heeft aangetoond dat het een vrouw was die deze kostbare voorwerpen mee had gekregen in haar graf.

Nederland in de Romeinse tijd | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: