Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Luxe huishoudgerei

In 1806 deden Franse soldaten in de omgeving van Nijmegen een opmerkelijke vondst. D.J. van Schevichaven doet hierover verslag in ‘De Vriend des Vaderlands’ van 1830.

Onder de merkwaardigste Romeinsche oudheden, sedert den aanvang dezer eeuw in de omtrek van Nijmegen opgedolven, behooren voorzeker drie zilveren kommetjes, die waarschijnlijk bij het verrigten van Godsdienstige plegtigheden, ter eere van de Godin Cybele, zullen zijn gebruikt geweest. Deze werden, in de maand Julij 1806, op den weg naar de Holledoorn, tusschen Beek en het Nederrijkswald, nabij den Beekschen windmolen, door Fransche soldaten, tot de bezetting van Nijmegen behoorende en aldaar wandelende, toevallig ontdekt en uitgegraven. Het geval wilde, dat er juist terzelfder tijd op de Witte Poort, eene buitenplaats onder het dorp Hees, een diefstal gepleegd en zilverwerk gestolen was. De soldaten, de gevondene kommetjes intusschen aan Joden verkocht hebbende, werd dit laatste ruchtbaar, en de Joden werden, met het gekochte zilver, voor het Schepengeregt gedagvaard. De oudheidkundige Heer J. in de Betouw, destijds schepen der stad zijnde, zag oogenblikkelijk, dat deze stukken niet tot het gestolene zilver, maar tot vroegere eeuwen, tot die der Romeinsche overheersing dezer landen, behoorden; waarom deze oude overblijfselen dan ook onverwijld door dien Heer werden gekocht. Na den dood van dezen oudheidkundige, zijn ze te Amsterdam op de verkooping van ’s mans fraai kabinet, in de maand September 1822, voor het Leidsche Museum van Oudheden aangekocht.

Overigens ontbraken reeds op het moment dat In de Betouw de drie stukken aankocht, de stelen van twee ervan. Deze beide stelen wist Van Schevichaven uiteindelijk zelf te bemachtigen. In 1924 reeds waren, door ruil met het Rijksmuseum van Oudheden, de bijbehorende kommetjes naar Nijmegen gekomen, zodat twee exemplaren thans compleet te zien zijn in het Valkhofmuseum.

Dit is het Leidse exemplaar. Op de steel is een buste te zien van de godin Kybele, herkenbaar aan decorona muralis, de muurkrans of stadskroon op haar hoofd, en het leeuwtje dat zij op haar linkerarm draagt. Haar rechterhand wijst naar beneden. Haar gewaad wordt op de schouders bijeen gehouden door twee fibulae, kledingspelden. Ter weerszijden van haar hoofd zijn leeuwenkoppen weergegeven. Onder haar rechter wijsvinger is een klokje aan een ring afgebeeld en daarnaast een korenaar. De rest van de steel is met guirlandes versierd. Waar de steel aan het kommetje vastzit, zijn twee vogelkoppen met lange snavels uitgebeeld. De twee Nijmeegse exemplaren tonen soortgelijke afbeeldingen van de godin Kybele.

Kybele, van oorsprong een Phrygische godin, werd omstreeks 200 v.Chr. in Rome gentroduceerd en vereerd als vruchtbaarheidsgodin. Ze is meestal afgebeeld als een tronende godin, vaak tussen twee leeuwen en met een leeuw op schoot.

Het kommetje behoort tot een serie dergelijke exemplaren, meestal casseroles genoemd. De stijl van de versiering op de steel dateert het stuk in de 2de of 3de eeuw na Chr. Casseroles behoorden tot het huishoudelijk zilverwerk van de welgestelden. Een complete set (ministerium) bevatte argentum escarium (eetzilver) en argentum potorium (drinkzilver). Daar hoorde dan ook offergerei voor de religieuze handelingen in huiselijke kring bij, evenals meubelstukken (suppellectilis), zoals klaptafels, toiletgerei en pronkzilver.

De casseroles behoorden tot het drinkzilver, het waren waarschijnlijk scheplepels. De afbeeldingen van goden en religieuze scnes op een aantal, wijzen er misschien op dat ze een functie vervulden bij religieuze handelingen.

De zilveren poot van een inklapbare drievoet behoorde eveneens tot het ministerium der welgestelden. De drievoet was multifunctioneel, er kon een tafelblad op geplaatst worden, een bijpassende schaal of ketel. De meeste teruggevonden drievoeten zijn van brons. Op vele afbeeldingen uit de Oudheid zijn dergelijke kleine, driepotige tafeltjes te zien. Ze staan als eettafeltjes naast de bedden waarop men, halfliggend, de maaltijd gebruikte.

De afgebeelde poot van zilver is bovenaan versierd met de uraeus, de Egyptische koningsslang. Deze versiering zou kunnen wijzen op gebruik van de driepoot bij religieuze handelingen, bijvoorbeeld in de Isis-cultus. De poot is opgebaggerd uit de Maas bij Stevensweert. Samen met dit exemplaar is het bovenstuk van een identieke poot boven water gekomen. Een vergelijkbare, complete drievoet is in de 19de eeuw tevoorschijn gekomen bij opgravingen in Pompei. Hij bevindt zich in het Museo Nazionale te Napels.

Nederland in de Romeinse tijd | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: