Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Nijmeegs-Holdeurns aardewerk

Vooral in de noordwestelijke provincies van het Romeinse rijk vormde het leger vaak de motor van de civilisatie. Het zorgde bijvoorbeeld voor een goede infrastructuur door de aanleg van wegen en uitspanningen en voor het kanaliseren van waterwegen en de aanleg van havens en bruggen. Daarnaast gaf het leger een nieuwe impuls aan ambachten zoals dat van de pottenbakker. Voor de komst van de Romeinen werd in Nederland uitsluitend handgevormd aardewerk gemaakt, gebakken in open vuren. Het werd geproduceerd op kleine schaal, meestal voor locaal gebruik. De komst van het Romeinse leger creerde een ongekende vraag naar aardewerk, waaraan de locale inheemse bevolking niet kon voldoen. De Romeinen waren hieraan gewend geraakt en zorgden zelf voor hun aardewerk. Aanvankelijk namen ze het product mee, later ook de producent: hun eigen pottenbakker-soldaten.

Kort na de opstand der Bataven, in 69-70 na Chr., werd in de legerplaats op de Hunerberg in Nijmegen het tiende legioen, genaamd Legio Decima Gemina, afgekort LXG, gestationeerd. Voorafgaand aan de overplaatsing naar Nijmegen had het legioen kort verblijf gehouden in de legerplaats van Harenatium, net over de grens in Duitsland, en daarvoor was het gestationeerd geweest in Spanje. Het tiende legioen produceerde eigen vaatwerk, het z.g. Nijmeegs-Holdeurnse aardewerk, en daarnaast ook dakpannen en olielampjes.

Een van de productiecentra van dit aardewerk werd opgegraven tussen 1938 en 1942, ten oosten van Nijmegen, nabij Berg en Dal op een terrein genaamd ‘De Holdeurn’. Hier werden verscheidene pottenbakkersovens en grote ovens voor het bakken van dakpannen en tegels aangetroffen. De vele op het terrein teruggevonden dakpanscherven en misbaksels met het stempel LXG wijzen erop dat het tiende legioen, dat van ca. 70 tot 105 na Chr. te Nijmegen gelegerd was, verantwoordelijk was voor de productie.

Ook na het vertrek van het tiende legioen uit Nijmegen naar Aquincum (Boedapest) werd de productie op ‘De Holdeurn’ voortgezet. In de tweede helft van de 2de eeuw na Chr. werd ‘De Holdeurn’ zelfs de centrale pannenbakkerij van het Nedergermaanse leger, zoals blijkt uit de vele teruggevonden stempels EXGERINF, de afkorting van de Exercitus Germaniae Inferioris. Een ander productiecentrum van Nijmeegs-Holdeurns aardewerk heeft gestaan in de canabae, het kampdorp, ten westen van de legerplaats op de Hunerberg in Nijmegen. Bij opgravingen vanaf de jaren zeventig hier, op het terrein van het Canisiuscollege aan de Berg en Dalseweg, zijn veel misbaksels van Nijmeegs-Holdeurns aardewerk teruggevonden, evenals mallen voor het maken van relifversierde oren voor dit aardewerk. In 1987-1988 werd hier een pottenbakkersoven opgegraven waarin vrijwel zeker dergelijk aardewerk is gemaakt.

Het Nijmeegs-Holdeurns aardewerk is op de draaischijf vervaardigd, en oranje, soms gelig, van kleur. De kwaliteit varieert van een fijn-, dun- tot zeer dunwandig, gepolijst baksel tot een tamelijk grofgemagerd, ruw aanvoelend baksel. Vaak zijn de oren van het aardewerk versierd in relif. Deze relif-oren werden apart gemaakt met behulp van vormen, waarvan enkele exemplaren op ‘De Holdeurn’ zijn teruggevonden. Hier is een vorm (h. 8 cm) voor een dergelijk relif-oor zien. In de vorm is duidelijk een jeugdig kopje te zien met druiventrossen in het haar, een afbeelding van de wijngod Bacchus. De kan van fijngebakken, oranje-achtig aardewerk die met een dergelijk oor werd versierd, was ongetwijfeld een imitatie van een bronzen exemplaar. De meeste stukken vaatwerk van fijn gebakken Nijmeegs-Holdeurns aardewerk zijn trouwens imitaties van voorbeelden in glas, brons, zilver of terra sigillata.

De afgebeelde vorm is tevoorschijn gekomen bij de opgraving van ‘gebouw A’ op terrein II, op ‘De Holdeurn’ in de jaren 1938-1942. Daar werden ook dakpanstempels van het tiende legioen gevonden met de toevoeging pia fidelis domitiana (‘trouw gebleven aan keizer Domitianus’), dat wil zeggen ten tijde van de opstand van Saturninus in 89 na Chr. Het gebouw moet dus zijn aangelegd na die tijd, omstreeks 90 na Chr.

Het overige aardewerk geeft een goede indruk van de fijn gebakken, dunwandige variant van het Nijmeegs-Holdeurnse pottenbakkersproduct dat gemaakt werd ten tijde van het verblijf van het tiende legioen te Nijmegen, dus tussen 70 en 105 na Chr. De stukken zijn op verschillende plaatsen te Nijmegen gevonden. Gezien de gave staat waarin ze verkeren waren het ongetwijfeld grafbijgiften.

Het Nijmeegs-Holdeurnse aardewerk is voornamelijk in Nijmegen en directe omgeving gebruikt. In de rest van ons land wordt het nauwelijks aangetroffen. Een uitzondering vormt Woerden. Opgravingen in de binnenstad daar hebben in de jaren zeventig aanzienlijke aantallen scherven van het typische oranje-achtige, fijn gebakken Nijmeegs-Holdeurns aardewerk aan het licht gebracht, te dateren in de Flavische periode, dus tussen ca. 70 en 100 na Chr. Mogelijk is er een speciale band geweest tussen de legereenheid die in het Romeinse castellum te Woerden, Laurum, gelegerd was, en het Nijmeegse tiende legioen.

Nederland in de Romeinse tijd | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: