Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Olielampje van Nijmeegs-Holdeurns aardewerk

Behalve dakpannen en vaatwerk werden op ‘De Holdeurn’ bij Nijmegen ook olielampjes geproduceerd. Het bewijs hiervoor leveren de teruggevonden mallen. En van die mallen, voor het maken van een lampje in de vorm van een paar geschoeide voeten, is gesigneerd door de maker, Felicio Baro fecit (Felicio Baro heeft het gemaakt). Het stuk bevindt zich in de collectie van het Rijksmuseum van Oudheden. Een ander lampje, in de collectie van Museum Het Valkhof te Nijmegen, draagt het stempel van het Tiende Legioen. Een deel van een mal voor een lampje in hetzelfde museum is gesigneerd met de naam Marcus Fabius Facetus. Deze laatste maakte overigens ook vormen voor vaatwerk. Zijn naam staat ook op een mal voor het maken van vierkante schalen.

De afgebeelde lamp is gemaakt van het typisch oranje-achtige Nijmeegs-Holdeurnse baksel. Op de spiegel van het stuk is de gevleugelde godin Victoria staande op een wereldbol te zien. Zij houdt in haar rechterhand een krans en in haar linkerhand een palmtak, symbolen van de overwinning. Het lampje is van een type dat in de 1ste eeuw na Chr. wordt gedateerd. Die datering komt overeen met de eerste bloeiperiode van het Holdeurnse productiecentrum die samenvalt met de aanwezigheid van het Tiende Legioen te Nijmegen: tussen ca. 70 en 105 na Chr.

Olielampjes werden als volgt gebruikt. Het lampje werd plat op een vlakke ondergrond gezet. Door het vulgat in de spiegel, in dit geval onder Victorias linkerarm, werd olijfolie in het lampje gegoten. De olie voedde de pit die door het gat in de tuit was gestoken.

Het gebruik van olielampjes, te zamen met kaarsen de enige bron van verlichting in de oudheid, raakte in ons land in de Romeinse tijd niet algemeen gangbaar. Bij opgravingen van landelijke nederzettingen, de meest voorkomende nederzettingsvorm, wordt zelden of nooit een stuk van een olielampje teruggevonden. Voor de meeste mensen gold, net als in de periode voor de komst van de Romeinen, dat het invallen van de duisternis het einde van de dagelijkse bezigheden betekende. Alleen in de stedelijke nederzettingen, de grote villacomplexen en de militaire forten had men de beschikking over verlichting. Dat hing ongetwijfeld samen met het feit dat de lampjes gevoed werden met olijfolie, een duur importproduct.

Nederland in de Romeinse tijd | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: