Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Paarden en wagens

Tradities kunnen soms lang standhouden. Nog steeds zijn op het platteland van Turkije ossenkarren in gebruik die sprekend lijken op hun voorgangers uit het neolithicum. Het is eenzelfde soort kar als we ook aan het eind van het neolithicum in Nederland hadden. De houten wielen uit de Nederlandse ijzertijd verschilden nauwelijks van hun tegenhangers uit het laat-neolithicum. Nog steeds waren het grote platte houten schijven. Het enige verschil is dat ze zijn samengesteld uit meer plankdelen in plaats van een enkele, grote platte schijf. We moeten daarbij natuurlijk niet uit het oog verliezen dat de karren waar deze wielen onder zaten vooral in het boerenbedrijf werden gebruikt. De karren werden getrokken door ossen.

In de ijzertijd waren ook wagens in gebruik. De naam wagens zegt het al: ze waren vaak verfijnder van uitvoering dan de ossenkarren en werden getrokken door paarden. De rol die het paard hierbij had moet niet onderschat worden. Het paard is een edel dier. Niet voor niets spreken we over paarden in menselijke termen. We hebben het niet over een kop en poten, maar over hoofd en benen. Ook in de prehistorie vertolkte het paard een speciale rol. De speciale positie die wij het paard nu toedichten, heeft waarschijnlijk ook gegolden in de prehistorie.

De oudste aanwijzingen dat paarden als rijdieren zijn gebruikt komen uit Rusland en Centraal-Europa. In West-Europa werd het rijdier waarschijnlijk in de bronstijd gentroduceerd. Het was toen betrekkelijk zeldzaam. Pas in de ijzertijd zijn er ruime aanwijzingen voor het paard als rijdier, waarbij vooral de bijzondere positie van het paard tot uitdrukking komt. In veel ‘rijke’ graven worden bitten en ruiterbeslag aangetroffen. De associatie met de rijkdom van de begraven personen suggereert dat het met name de elite was die zich een paard kon veroorloven. In de meeste gevallen zal het paard als rijdier hebben gefunctioneerd. Alleen in zeer rijke graven vinden we ook aanwijzingen voor het gebruik van wagens.

In het midden van de ijzertijd is het in grote delen van Europa gebruikelijk dat machtige personen, vaak vorsten, prinsen of prinsessen genoemd, worden begraven met zeer rijke grafgiften, waaronder een vierwielige wagen. Het waren wagens die in geen enkel opzicht leken op de tweewielige strijdwagens die zo vaak afgebeeld werden in Egypte of Mesopotami. De ijzertijdwagens waren niet ontwikkeld om oorlog mee te voeren of een snelheidswedstrijd mee te houden. Het ceremonile karakter lijkt belangrijker te zijn dan de praktische toepassing. De wagens waren in technologisch opzicht al ver ontwikkeld. Zo hadden de wielen, in tegenstelling tot die van de boerenkarren, spaken en een ijzeren wielhoepel. Op de wagen waren allerlei bronzen beslagonderdelen aangebracht, meestal met een decoratieve functie. Aan de wagen was een boom bevestigd, zodat twee paarden het geheel konden trekken.

Het meest noordwestelijke wagengraf dat we kennen is afkomstig uit Wijchen. Hier werd op de Wezelsche Berg in december 1897 een urn ontdekt waarin, behalve de resten van een gecremeerde dode, ook een groot aantal beslagonderdelen van een vierwielige houten wagen zich bevonden. De wagen was, in tegenstelling tot de gangbare Europese traditie, verbrand en alleen de bronzen onderdelen zijn bewaard gebleven. Opvallend zijn de bitten voor twee paarden en de versierde asdoppen met gezichten van mensen, of misschien kopjes van leeuwen. De originelen bevinden zich in het museum Kam in Nijmegen. Het Rijksmuseum van Oudheden bezit alleen kopien. De asdoppen werden vermoedelijk in Etruri gemaakt. De aan de doppen bevestigde ringen zullen luid gerateld hebben tijdens het rijden.

Nederland in de Romeinse tijd | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: