Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Een sarcofaagdeksel uit Tuscania

De stad Tuscania ligt in het achterland van Tarquinia op een kruispunt van wegen, ondermeer de belangrijke route van Blera naar Statonia. Vanaf de 6de eeuw v.Chr. werd Tuscania bewoond, maar het kon zich in welvaart niet meten met de belangrijke steden aan de Tyrrheense kuststrook. Pas in de Hellenistische tijd bereikte de stad een grote bloei, vooral door de aanleg van de Romeinse Via Clodia (begin 3de eeuw v.Chr.), die grotendeels het oude Etruskische trac van de weg tussen Blera en Statonia volgde. De rijkdom van de stad in die periode valt af te lezen aan de grote kamergraven die ten zuiden en oosten van de nederzetting worden aangetroffen. De graven wijken enigszins af van de contemporaine rotsgraven van het nabijgelegen Blera door het ontbreken van architecturale elementen.

De sarcofagen, bestemd voor bijzetting en niet voor crematie, zijn vervaardigd uit nenfro (een locale zachte steensoort) of terracotta. De voorzijde van de kisten is slechts zelden van een figuratief relif voorzien. De deksels hebben de vorm van liggende mannen of vrouwen, die zich half oprichten om deel te nemen aan een maaltijd, leunend op de linkerarm. De vormgeving van anatomische details is weinig precies, maar munt wel uit door levendigheid. Uit verfresten blijkt dat de deksels bont beschilderd waren.

Door inscripties op de sarcofagen zijn de namen van verschillende families uit Tuscania bekend: de familie Statlane bezat een bijzonder groot kamergraf, waarin vijftig stenen sarcofagen werden teruggevonden. In het graf van de familie Vipinana werden 27 sarcofagen aangetroffen in een unieke opstelling in twee concentrische cirkels. De kisten bestemd voor vrouwelijke leden van de familie stonden in de binnenste ring, de kisten van de mannen daaromheen in een buitenring. De graven bleven over het algemeen in gebruik tot in de 1ste eeuw v.Chr., met uitzondering van het Statlane-graf. Door de vondst van een munt van keizer Tiberius in een van de sarcofagen is gebleken dat bijzettingen hier tot in de 1ste eeuw na Chr. bleven plaatsvinden.

De herkomst van dit terracotta deksel is niet bekend. Het toont de gestalte van een jonge, rijke vrouw. Ze draagt een lang kledingstuk dat onder de boezem is opgebonden met een gordel. Over het hoofd ligt een lange mantel gedrapeerd. De uitdrukking van het gezicht is expressief: het kapsel herinnert aan het Hellenistische ‘meloenkapsel’, met haarstrengen die in partjes zijn ingebonden. De pupillen zijn weergegeven met een stukje klei. De lippen zijn een weinig geopend. Aan sieraden draagt ze een halsketting, drie ringen (een aan de linkerpink en twee aan de linker ringvinger) en om de rechterpols een slangenarmband. De voeten zijn onbedekt. Een been heeft zij opgetrokken, maar de anatomische gevolgen van deze houding zijn door de kunstenaar totaal genegeerd.

Interessant is het ligbed met een goed herkenbare hoofdsteun en een verhoogd voetstuk. Op dit bed ligt een dwars gestreept matras met goed bewaarde kleurresten: brede rode banen met een zwarte zoom. Op het hoofdeinde is een kussen te zien, dat in de lengte gestreept is. Oorspronkelijk zal het gehele deksel met kleuren zijn beschilderd. Het deksel is in twee gedeelten gebakken. Het interieur van het deksel toont verbindingssteunen, die bij het bakproces werden gebruikt. Het dekseltype sluit goed aan bij de bekende deksels uit Tuscania en dateert uit de tweede helft van de 2de eeuw v.Chr.

Etrusken | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: