Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Grafrelif van Archestrate

Deze monumentale grafstle wordt terecht beschouwd als een van de topstukken van het Rijksmuseum van Oudheden. Het is een voorbeeld van een zogenaamde naiskosstle. Het monument heeft de vorm van een Grieks tempeltje (aedicula), dat bekroond wordt door een laag en breed, overhellend fronton (geveldriehoek). Van de akroteria (dakversieringen) is weinig bewaard gebleven. De anten (wanduiteinden in de vorm van pijlers) aan weerszijden van het beeldveld, die oorspronkelijk de geveldriehoek gedragen moeten hebben, zijn geheel verdwenen. Een moderne houten constructie biedt thans steun aan het pediment (geveldriehoek). Op de smalle architraaf (kroonlijst) lezen we in een inscriptie de naam van de overledene: Archestrate, dochter van Alexos, uit Sounion. Waarschijnlijk waren de letters oorspronkelijk ingeschilderd, aangezien het opschrift ondiep uitgehouwen is en er sporen van rode verf zichtbaar zijn.

De overledene, Archestrate, is levensgroot weergegeven in hoogrelif. We zien haar en trois-quart naar rechts gezeten op een zetel zonder leuning, waarop een kussen gelegen is. Archestrate is gekleed in een chiton met dichtgeknoopte mouwen, waarover zij een mantel (himation) draagt, die haar onderlichaam en benen bedekt. Haar rechterhand rust op haar linkerbovenbeen, terwijl zij met haar linkerhand de sluier over haar hoofd vasthoudt, een gebaar dat we vaker zien bij Griekse vrouwen, met name bij moeders. Het haar van Archestrate is in een middenscheiding naar achteren gekamd. Boorgaatjes bij de linkeronder-arm en in de rechteroorlel geven aan dat op deze plekken oorspronkelijk metalen sieraden bevestigd waren. Het rechteronderbeen is ontspannen over het linkeronderbeen geslagen. Archestrates blote voeten zijn in sandalen gestoken en rusten op een voetenbankje.

Vr Archestrate, links in het beeldvlak, staat in lager relif een tweede vrouw. Zij is in driekwart aanzicht naar links gekeerd en richt haar blik op Archestrate. Deze jonge vrouw draagt een chitonmet daarover een mantel, die om haar linkerpols gewikkeld is en tot de knien reikt. Met haar duim en twee vingers van haar rechterhand ondersteunt zij haar gebogen hoofd als teken van rouw. Erg interessant is het kapsel van de vrouw, dat bekend staat als het zogenaamde meloenkapsel: het haar is in strengen naar boven gedraaid en een vlecht omkranst het hoofd. De vrouw draagt dichte schoenen.

Op de achtergrond, linksachter Archestrate, zien we in laagrelif een derde vrouw met kort, opgeknipt haar, van wie alleen het hoofd en de rechterschouder zichtbaar zijn. Ze heeft haar hoofd naar links afgewend en kijkt het beeldvlak uit. Haar droevige ogen en mond, het zijwaarts gebogen hoofd en haar gerimpelde voorhoofd, drukken haar verdriet uit. De onderbenen en de voeten van deze figuur, die onder de stoel ontbreken, kunnen oorspronkelijk geschilderd geweest zijn.

Aan het monument ontbreken niet alleen de zijstijlen, maar ook delen van de relifbodem, die als basis voor de voostelling dient. De neuspunt van Archestrate is geschonden en de neus van de vrouw rechts is gebroken geweest en opnieuw aangezet. Archestrates gelaat heeft in de negentiende eeuw, vermoedelijk na de vondst in 1821, een oppervlaktebehandeling ondergaan waardoor een te glanzend en te licht effect is bereikt.

De chique kleding van Archestrate, de boorgaatjes in haar onderarm en oor voor de bevestiging van sieraden, de fraaie bewerking van het marmer en de monumentale afmetingen van de grafstle, wijzen er allen op dat Archestrate een rijke dame was, afkomstig uit een voorname Attische familie. Volgens onderzoekers was Archestrate getrouwd met een rijke man uit Aixone, de plaats waar zij na haar dood begraven werd. Waarschijnlijk is de vrouw op de achtergrond van de relifvoorstelling een dienares van Archestrate. Wellicht geldt dit ook voor de jonge vrouw rechts in het beeldvlak, maar omdat zij naar Archestrate toegekeerd staat en soortgelijke kleding als haar draagt, wordt meestal aangenomen dat zij Archestrates dochter is.

Het grafrelif van Archestrate roept evenals andere stles de vraag op waar de handeling zich afspeelt: voor of na de dood? Vermoedelijk wordt hier uitdrukking gegeven aan het tijdloze samenblijven van overledene en achtergeblevenen. Archestrate is in levende herinnering (op haar gunstigst) vereeuwigd door de beeldhouwer: zij is voorgesteld als een gelukkige, jonge, bevallige, en rijke dame, precies zoals zij tijdens haar leven geweest moet zijn. Alleen de droefheid bij de twee meisjes herinnert de achterblijvers eraan dat Archestrate niet meer in leven is.

Archestrate is in vergoddelijkte toestand weergegeven. Haar monument is bijna uitgegroeid tot een heron, een tempel voor de verering van een held, waarin onder andere beelden, versierselen en opschriften met betrekking tot de overledene geplaatst werden.
Zulke grote grafmonumenten als dat van Archestrate, werden alleen opgericht voor rijke lieden of voor mensen die zich bijzonder verdienstelijk gemaakt hadden voor de staat. Dergelijke monumentale grafstenen werden vaak op openbare kosten (door het volk) geplaatst.

Hoewel de meeste kleinere grafstlai erg op elkaar lijken en waarschijnlijk in serie vervaardigd werden, zullen de grafmonumenten van rijke lieden specifiek voor een bepaald persoon gemaakt zijn. Het beeldhouwwerk op deze monumentale, fraai bewerkte stlai is vaak zozeer overeenkomstig de stand, betrekking, leeftijd en omstandigheden van de overledene, dat men vermoedt dat rijke mensen de mogelijkheid hadden om vooraf hun wensen kenbaar te maken aan de beeldhouwer.

Het grafmonument van Archestrate laat zien hoe in de loop van de vierde eeuw v. Chr. figuren op stlai steeds meer loskomen van de achtergrond. Hoewel we niet weten wie het grafrelif van Archestrate vervaardigd heeft, kan op grond van de haardrachten, de wijze waarop de plooien van de gewaden zijn weergegeven en de uitdrukking op de gezichten, het relif omstreeks 325 v. Chr. gedateerd worden. Daarmee is een van de laatste Attische grafmonumenten van deze hoge kwaliteit en dit formaat. De strenge wetten van de politicus Demetrios van Phaleron uit 317 v. Chr. maakten namelijk een einde aan de vervaardiging van dit soort kostbare monumenten voor particulieren.

Herkomstgeschiedenis

De grafsteen van Archestrate is in maart 1819 in aanwezigheid van B.E.A. Rottiers opgegraven door G. Gropius (tussen Sounion en Porto Phalero) in dedeme (onderdeel van de polis of stadsstaat) Aixone, ten zuidoosten van Athene. Rottiers kocht het stuk van Gropius. Het werd met het schip De Lynx onder leiding van kapitein P. Coertsen naar Antwerpen vervoerd, waar het in 1821 door de Nederlands regering voor het Rijksmuseum van Oudheden is aangekocht.

Grieken | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: