Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Griekse grafmonumenten: stlai, lekythoi en loutrophoroi

Stlai

Stlai is het meervoud van stle. Het Griekse woord stlebetekent letterlijk staander. In de archeologie is stle een technische term voor een steen of een stenen plaat, die vaak voorzien was van een inscriptie en soms ook van een relif. Zon stele had meestal een voetstuk en een bekroning en diende als oorkondesteen, votiefsteen of – zonder versiering – als grenssteen. De voornaamste functie van de stle echter, was die van grafsteen.
Het gebruik om een stle op het graf te plaatsen komt in de archasche en klassieke tijd vrijwel alleen voor in Attika (het gebied in Griekenland rondom Athene). Gedurende de archasche periode (de zesde eeuw v. Chr.) ontwikkelde zich vanuit een eenvoudige verticale steen op het graf de zogenaamde plaatstle. Deze plaatstle kon lang of kort zijn en kon worden voorzien van de naam van de overledene en van een geschilderde voorstelling of een voorstelling in relif. Op deze zesde-eeuwse stlai werden vrijwel alleen mannen afgebeeld. Tot circa 530 v. Chr. werden deze plaatstlai bekroond met een sfinx. Daarna zien we een palmettenbekroning. Het is hierbij opvallend dat de palmettenstlai kleiner zijn dan de sfinxstlai.

Uit de periode van 500 tot 440 v. Chr. zijn geen grafstles bekend. Deze breuk wordt vaak in verband gebracht met in die tijd genomen maatregelen ten aanzien van de begrafenispraktijk in Athene, welke genoemd worden door Cicero (De legibus 2, 64-66). Cicero vermeldt dat enige tijd nadat Solon aan de macht was geweest, het verbod werd ingevoerd om een graf te maken dat meer werk kostte dan tien man in drie dagen tot stand konden brengen. Ook mochten er geen hermen op het graf geplaatst worden. Het is niet duidelijk wat men onder hermen verstaat, maar het is aannemelijk dat hiermee stlai bedoeld zijn, aangezien we die in deze periode niet aantreffen op graven. Waarschijnlijk waren deze maatregelen onderdeel van de anti-aristocratische hervormingen van de Atheense staatsman Kleisthenes of van zijn latere opvolger Themistokles.

In de klassieke periode kent met drie soorten stlai. In het derde kwart van de vijfde eeuw v. Chr. werd de slanke plaatstle getooid met een acanthusmotief en voorzien van rozetten. Deze stle fungeerde als stamhouderstle. Rond 400 v. Chr. deed de beeldrelifstle zijn intrede. In het algemeen werd dit type stle voorzien van een dexiosis-scne, een voorstelling waarbij twee mensen elkaar de hand geven.Omstreeks 440/30 v. Chr. ontstond de naiskosstle, opgebouwd uit een beeldveld met aan weerszijden anten (wanduiteinden in de vorm van pijlers) en daarboven een timpaan. Hoewel de vroegste naiskosstlai betrekkelijk smal zijn, nam in de loop der jaren de breedte en diepte van het beeldvlak steeds meer toe.

Wanneer men zich een goede voorstelling wil maken van de Griekse grafstlai, moet men niet uit het oog verliezen dat het merendeel van deze monumenten oorspronkelijk (deels) voorzien was van kleur. Met name details van kleding, attributen en architecturale kaders zullen in de oudheid beschilderd zijn geweest.Gezien de vele overeenkomsten in de voorstellingen op de Griekse grafstenen, is het zeer aannemelijk dat de stlai massaproducten waren. Naar alle waarschijnlijkheid is het merendeel van de monumenten vervaardigd in beeldhouwateliers door anonieme kunstenaars. Hoewel niet alle overgeleverde stlai van topkwaliteit zijn, zitten er stukken bij die zich mogen meten aan meesterwerken uit de Griekse beeldhouwkunst. Helaas zijn vele stlai in de oudheid hergebruikt als bouwmateriaal. Dit hergebruik verklaart waarom slechts een klein deel van de aan ons overgeleverde grafmonumenten nog intact is.

De Griekse stlai zijn voor ons van essentieel belang. Allereerst vanwege hun originaliteit; waar de vrijstaande Griekse sculptuur ons slechts bekend is uit kopien, zijn de Griekse stlai in originele vorm aan ons overgeleverd. Uit de bewaard gebleven exemplaren is een veel betere indruk te verkrijgen van de waarde van de Griekse kunst, dan uit Romeinse replicas van Griekse standbeelden. Bovendien gelden de Griekse grafstlai als zeer belangrijke informatiebronnen, daar ze ons vertellen over verschillende aspecten van de Griekse samenleving en cultuur en met name over de houding van de oude Grieken ten aanzien van de dood.

Omdat de familiegraven (periboloi) in de loop van de vierde eeuw v. Chr. bijna uitgedijd waren tot particuliere heroa (tempeltjes voor de verering van een held), bepaalde Demetrios van Phaleron (destijds staatsman van Athene) in 317 v. Chr. dat er op een graf slechts n zuiltje van niet meer dan een meter breed opgesteld mocht worden of een (kistvormige) graftafel of een wasbekken. Deze strenge wetgeving van Demetrios betekende het definitieve einde van de typische Griekse grafstlai. In de hellenistische periode (300 v. Chr. – 100 n. Chr.) komen er ook nog wel grafstles voor in Griekenland, maar deze zijn van geheel andere aard, dan de stlai uit de klassieke tijd.

Lekythoi en loutrophoroi

Wat voor de stlai geldt, gaat ook op voor de lekythoi: zowel de (oorspronkelijk beschilderde) relifs die werden aangebracht op de grote, marmeren lekythen als de schilderingen op de kleinere witgrondige lekythoi, verschaffen ons belangrijke informatie over de tijd waarin ze vervaardigd zijn.

De (eerdergenoemde) strenge regelgeving van Demetrios van Phaleron in het laatste kwart van de vierde eeuw v. Chr., zorgde ervoor dat niet alleen de stlai, maar ook de grote, marmeren lekythen en loutrophoren van de Griekse graven verdwenen.

Grieken | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: