Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Hoe werden Griekse vazen gemaakt?

Het Rijksmuseum van Oudheden bezit een grote collectie Griekse vazen uit verschillende perioden. De vazen uit Attika (het gebied rond Athene) zijn meestal te herkennen aan de rode en zwarte kleur van hetaardewerk. Nadat de onzuiverheden uit de klei waren gehaald, vormde de pottenbakker de vaas op de pottenbakkersschijf. De handvatten en de voet werden er apart aan gezet. Daarna moest de vaas eerst een tijd drogen totdat de klei leerhard was geworden. Tijdens het droogproces werd de vaas bijgewerkt met verschillende scherpe instrumenten om een mooiere vorm te krijgen. Bovendien werd het oppervlak gepolijst door met een vochtige doek of spons de pot glad te wrijven. Vervolgens kon de vaasschilder aan het werk gaan.

Beschilderen

Hij schilderde niet met gewone verf, maar met een geconcentreerde, dunne kleipap. Deze kleipap was vrijwel dezelfde kleur als de klei waarvan de vaas was gemaakt. Voor het schilderen maakte de vaasschilder eerst met een bot voorwerp een schets van de voorstelling op de vaas.

Er zijn twee verschillende stijlen binnen de Griekse vaasschilderkunst: zwartfigurig aardewerk en roodfigurig aardewerk. De zwartfigurige techniek is het oudste. Deze techniek is rond 700 v.Chr. uitgevonden in Korinthe en werd ongeveer 630 v.Chr. door de Atheense vaasschilders overgenomen. Zij gebruikten deze techniek tot circa 470 v.Chr. De roodfigurige techniek is daarentegen omstreeks 530 v.Chr. uitgevonden door de Atheners. Langzamerhand verdrong het roodfigurige aardewerk het zwartfigurige. Het bleef in Athene in gebruik tot in de tweede helft van de 4e eeuw v.Chr.

Bij de zwartfigurige techniek werden de figuren met de kleiverf op de achtergrond geschilderd. De details, zoals ogen, kledingplooien en spieren, kraste men met een scherp voorwerp in. Wat beschilderd was, werd tijdens het bakken zwart, de onbeschilderde achtergrond werd rood. Eventueel konden de figuren nog levendiger worden gemaakt met witte verf, gemaakt van pijpaarde, of met purper.

Bij de roodfigurige techniek werkten de vaasschilders precies andersom. De figuren werden uitgespaard en de achtergrond werd beschilderd. De schilders konden de details in de figuren aanbrengen met zeer fijne penseeltjes, waardoor ze veel fijner konden werken dan door inkrassingen. Na het bakken waren de figuren dan rood en de details en de achtergrond zwart.

Bakken

De oven was een koepelvormig gebouwtje. Onderin werd het vuur gestookt, daarboven bevond zich het rooster waarop de vazen gestapeld werden. De oven werd opgestookt tot een temperatuur van 800-900 C. Het bakproces verliep in drie fasen en was voor rood- en zwartfigurig aardewerk hetzelfde. Het bakken moest onder strikte controle gebeuren om misbaksels te voorkomen. De eerste fase wordt de oxydatie fase genoemd. Het luchtgat in de oven stond open, waardoor er zuurstof in de oven kon komen. De ijzerdeeltjes in de klei reageerden met de zuurstof en zorgden ervoor dat de hele vaas oranje-rood van kleur werd, zowel het beschilderde als het onbeschilderde gedeelte.

De tweede fase heet de reductie fase. Het luchtgat werd dichtgedaan, zodat de zuurstoftoevoer stopte. De pottenbakker legde bovendien vochtig hout in de oven, dat voor rookontwikkeling zorgde. Op deze manier werd de zuurstof aan de klei van de vaas onttrokken en werd de gehele vaas zwart. Bij de beschilderde gedeelten sinterde de klei, oftewel hij werd onporeus en zwartglanzend.

In de derde fase, de re-oxydatie fase werd het luchtgat opnieuw geopend. De onbeschilderde delen van de vaas werden weer rood door reactie met de zuurstof, maar de delen met beschildering bleven zwartglanzend van kleur. Zo ontstond de oranje-rode vaas met zwarte figuren. De pottenbakker moest echter wel uitkijken dat er in de laatste fase van het bakproces niet teveel zuurstof werd toegevoegd, want anders kon het gebeuren dat de geschilderde figuren toch nog geheel of gedeeltelijk rood kleurden. Vazen met bakfouten worden regelmatig aangetroffen.

Verschillende stijlen

Experts kunnen tegenwoordig Griekse vazen op grond van de stijl van de beschildering toeschrijven aan een bepaalde schilder, een groep schilders of een atelier. Sommige schilders zetten hun naam op hun werk, maar dat gebeurde lang niet altijd. Daarom is het vaak zo dat een groep vazen wel aan een bepaalde schilder toegeschreven kan worden, maar dat we niet weten hoe hij heette. Vaak wordt de schilder dan genoemd naar de pottenbakker voor wie hij werkte (bijvoorbeeld de Andokides-schilder), of naar een andere naam die op een vaas voorkomt (Antimenes-schilder, Leagros-groep), of naar een bekende afbeelding (Pan-schilder).

Grieken | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: