Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Minosche grafgebruiken

De pre-paleisperiode

De pre-paleisperiode (de tijd vr de grote paleizen van bijvoorbeeld Knossos) duurde ongeveer van 3000 tot 2000 voor Christus. In deze periode begroef men de doden in rechthoekige of vierkante tombes, die de vorm van een huis hadden. Deze tombes hadden 1, 2 of meerdere kamers en werden vooral in Centraal- en Oost-Kreta gebruikt. In het zuiden van Kreta gebruikte men vooral tholos tombes. Dit zijn kleine ronde gebouwen. Crematie kwam zelden voor.

De huistombes werden gemaakt van stenen en grote keien die gewoon in het veld lagen. Deze werden bij elkaar gehouden door een soort cement die bestond uit modder, kleine kiezels en kapot aardewerk. Het dak werd gemaakt van houten balken, modder en riet en werd bedekt met een soort gips.

In de graven kunnen juwelen gevonden worden zoals gouden pinnen en diademen, zegels, zilveren bekers en mooie vazen en bronzen gereedschap en wapens.

Men denkt dat n kamer in de tombe gebruikt werd om de dode neer te leggen samen met allerlei geschenken. Als het lichaam eenmaal vergaan was werden de botten in een andere ruimte gelegd, terwijl de schedel bij andere schedels werd gezet. Bij de schedel werd soms nog een klein offer van eten of drinken gelegd, als laatste eerbetoon aan de dode. Zodoende kon in n tombe uiteindelijk een hele groep mensen begraven worden.

De eerste paleisperiode

Tijdens de eerste paleisperiode, die ongeveer duurde van 2000-1700, ging men de dode soms in een pithos begraven. Dit is een grote aardewerken pot. Aan het einde van de eerste paleisperiode werd het in de buurt van het paleis in Knossos gebruikelijk om de dode in grote onregelmatig gehakte grotkamers te begraven. De huistombes begonnen toen langzamerhand te verdwijnen.

De tweede paleisperiode

De tweede paleisperiode duurde ongeveer van 1700-1450. Behalve de net genoemde kamertombes in Knossos is er over het begraven in de tweede paleisperiode weinig bekend. Enkele huistombes uit deze periode zijn bekend en ook enkele pithos begraafplaatsen.

De post-paleisperiode

Deze periode (na de verwoesting van de grote paleizen) duurde ongeveer van 1450-1000. Ook nu bleef men doden vooral in kamertombes begraven, maar soms ook in een larnak. Een larnak is een vierkante kist op poten, gemaakt van klei die soms van buiten beschilderd werd. Een heel bekend voorbeeld is de larnak die in Aghia Triada gevonden is en die men ook wel de sarcofaag van Aghia Triada noemt. Opvallend is dat in deze periode mensen soms ook in kuilen en kisten begraven werden. Het gaat dan om individuele begravingen, vaak in de buurt van nieuwe nederzettingen.

Rituelen

Op sommige larnaks zijn afbeeldingen van rituelen te zien. Het is mogelijk dat men bij een begrafenis dieren slachtte, drinkoffers bracht of op een bepaalde manier een rituele toost uitbracht op de dode. Mogelijk ging aan de begrafenis een processie vooraf en werd er ritueel geklaagd door vrouwelijke rouwenden. Helaas is er nog niks bekend over een algemeen begrafenisritueel dat de Minors uitvoerden.

Grieken | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: