Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Twee grafstles met dieren

Grafrelif van een jongeman

Op deze rechthoekige grafsteen, die aan de onderzijde uitspringt, is in relif een naakte jongeman uitgebeeld, die tegen een knoestige boomstronk leunt. De jongen rust op zijn rechterbeen, terwijl het linkerbeen ontspannen naar achteren geplaatst is. Zijn hoofd is licht gebogen. Een mantel glijdt van zijn linkerschouder af en rust gedeeltelijk op een tak. Er zijn duidelijk hoogteverschillen in het relif te zien; het linkerdeel van het lichaam komt verder naar voren dan het rechterdeel. In zijn rechterhand houdt de jongen een duifje bij de vleugels vast, terwijl hij met zijn wijsvinger het kopje neerdrukt. Onder de duif heeft zich oorspronkelijk een hondje bevonden, dat waarschijnlijk bij een negentiende-eeuwse restauratie van het relif is weggehakt. Geringe sporen van een staart en een voorpoot zijn nog wel herkenbaar.

Vogels en hondjes waren in de oudheid geliefd als huisdieren werden vaak op grafstles van kinderen afgebeeld, mogelijk als verwijzing naar het plezier van de jeugd. Bovendien was de duif in de oudheid het symbool van zachtmoedigheid en kinderlijke onschuld. Ook stond het diertje voor de ziel, die na de dood het lichaam verlaat.

Het grafrelif is op enkele plekken beschadigd; de genitalin van de jongeman, zijn rechterwijsvinger, linkerpink en twee tenen van de linkervoet zijn geschonden. Het hoofd, waarvan de neus en de mondpartij ontbreken, heeft men in latere tijd opnieuw aangezet. Het ontbrekende deel van de achtergrond en van de boomstronk aan de bovenzijde is door restaurateurs aangevuld.

De houding van de jongeman op het grafrelif herinnert aan de belangrijkste verrichting van de vijfde-eeuwse beeldhouwer Polykleitos: het creren van beweging in de uitbeelding van mensen in rust. Polykleitos begon zijn carrire met het vervaardigen van beelden van zegevierende atleten te Olympia op de Peloponnesos, het gebied waar hij geboren was. Ontevreden met de starre poses van de beelden van zijn voorgangers, creerde Polykleitos de zogenaamde contrapost. Dat wil zeggen: hij plaatste het lichaamsgewicht op n been (het standbeen) en liet het andere been los komen van de grond (het speelbeen). Het gevolg van deze houding was het kantelen van bekken en schouders in tegenovergestelde richtingen. De lichaamsas ging bewegen. De spieren van het lichaam werden op deze manier samengedrukt of opgerekt. Zo ontstond er beweging in een figuur die verder evenwicht en harmonie uitdrukte. Deze uitvinding maakte Polykleitos tot een van de beroemdste beeldhouwers uit de oudheid.

Op het Leidse grafrelif, dat rond 370 v.Chr. te dateren valt, is de houding van de contrapost bijna overdreven uitgewerkt. De jongen moet steun zoeken tegen de boom, omdat hij anders uit balans zou raken. In dat opzicht doet het werk ook denken aan de sculpturen van Praxiteles, de belangrijkste beeldhouwer uit de vierde eeuw v.Chr.

Het grafrelif werd in oktober 1818 opgegraven door Paul Giuracich, kanselier van Oostenrijk, Spanje en Zweden in Athene. Hij vond de herdenkingssteenbij opgravingen op de Heuvel der Graven, iets buiten de oude stadsmuren van Athene, in de richting van de antieke stad Thebe. De arbeiders van Giuracich hadden het terrein tot een diepte van vijf meter afgegraven toen zij stuitten op een marmeren grafmonument, waarvan deze stle onderdeel uitmaakte. Mogelijk betrof het een familiegraf. Uit bestudering van de gegevens rond deze opgraving, is de conclusie getrokken dat de Heuvel der Graven zo’n 250 meter ten noorden van de oude Acharnische poort moet hebben gelegen, ongeveer op de plaats waar zich thans het westelijk deel van het moderne Omoniaplein bevindt. De bovenzijde van het relif is door de opgravers flink gerestaureerd. De Vlaamse kolonel B.E.A. Rottierskocht het relif in 1819, tijdens zijn verblijf in Athene op zijn terugreis van Rusland naar Nederland. In Athene verwierf hij nog meer sculpturen. Ook ondernam hij enkele opgravingen. Hij bracht de grafsteen, samen met de rest van zijn interessante collectie oudheden, via Rome naar zijn woonplaats Antwerpen. Hier werden de stukken door C.J.C. Reuvens, de eerste directeur van het Rijksmuseum van Oudheden, genspecteerd. In 1821 volgde de aankoop, waardoor het museum een groot aantal originele Griekse sculpturen rijker werd.

Grafrelif van Demeas

Een indruk van de oorspronkelijke toestand van het hierboven besproken relif geeft een andere Attische grafstle, die eveneens te bezichtigingen is in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden. Deze stle heeft de vorm van een grieks tempeltje (aedicula), met een architraaf (kroonlijst) en een fronton(geveldriehoek), rustend op twee vlakke anten (vierkante zuilen). De voorstelling in relif toont ons een jongetje met halflang haar, dat volgens de inscriptie op de kroonlijst Demeasheet. Hij staat op een basis en is gekleed in een mantel, die over zijn linkerschouder geslagen is en het grootste deel van zijn bovenlijf en zijn rechterarm vrij laat. Demeas staat in contrapost-houding; zijn gewicht rust op zijn rechterbeen, terwijl zijn linkerbeen ontspannen is. Deze houding, die gentroduceerd werd door de vijfde-eeuwse beeldhouwer Polykleitos, geeft dynamiek aan het beeld. De jongen heeft zijn rechterarm naar beneden uitgestrekt en houdt in zijn hand een duif. Een hondje (een zogenaamd Maltezer leeuwtje) linksonder in het beeldvlak springt speels op naar het duifje.
Hoewel het niet uitgesloten is dat de hond gewoon het huisdier of het lievelingsdier van het overleden jongetje was, is een symbolische duiding waarschijnlijker, aangezien de combinatie van een hond en een duif in de oudheid een veelvoorkomend motief was op grafrelifs. De hond zou symbool staan voor het hellebeest, dat de ziel (de duif) belaagde.

Het grafrelif van Demeas werd in 1819 door B.E.A. Rottiers uit Griekenland meegenomen. Volgens een opgave van hem uit 1820, zou het stuk twee jaar eerder op Lesbos gevonden zijn. Een opgave uit 1821 echter, vermeldt dat de stle door inheemse Grieken op Aegina gevonden is. Wellicht verwierf Rottiers het relif te Athene van L.F.S. Fauvel. In 1821 kwam de gedenksteen in het bezit van het Rijksmuseum van Oudheden.

Grieken | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: