Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Vormen van Griekse vazen

Amfoor (amphora): Kruik met aan beide kanten een verticaal oor waardoor hij gemakkelijk kon worden opgetild. Hij werd zowel voor vloeistoffen als voor vaste stoffen gebruikt. Er wordt onderscheid gemaakt tussen buikamforen en halsamforen.

Pelike: Een soort amfoor waarbij het zwaartepunt van de buik zeer laag ligt, zodat de kruik er enigszins peervormig uitziet. Net als bij de gewone amfoor staan de oren rechtop naast de hals.

Hydria: Waterkruik, te herkennen aan twee horizontaal geplaatste oren aan weerszijden en een verticaal handvat aan de achterkant van de hals. Hij werd gebruikt om water te halen uit de bron: hij kon gemakkelijk opgetild worden en op de schouder worden weggedragen.

Stamnos: Een groot wijnvat met twee hoog opgezette horizontale oren. Meestal heeft de stamnos een buik die aan de bovenkant breder wordt, en een betrekkelijk korte hals. Hij kan afgesloten worden met een deksel.

Krater: Mengvat voor wijn en water. De Grieken (en ook de Romeinen) dronken zelden of nooit onversneden, oftewel onvermengde, wijn. Ze vermengden hun wijn altijd met water en soms voegden ze nog kruiden of andere dingen toe om de smaak te veranderen. Er bestaan verschillende soorten kraters: de kelkkrater, de volutenkrater, de klokkrater en de kolonettenkrater.

Oinocho: Wijnkan met een enkel verticaal oor. Hij werd gebruikt om de gemengde wijn in de drinkschalen te schenken. De vorm vertoont veel variaties.

Kylix: Drinkschaal, plat of op een sierlijke voet, met twee horizontale oren. Hij is vaak niet alleen aan de buitenkant, maar ook aan de binnenkant beschilderd. Hij werd vaak gebruikt bij het symposion (drinkgelag). Aan de twee horizontale oren kon de schaal gemakkelijk worden doorgegeven.

Skyphos: Drinkkopje, meestal met twee oren. Hij werd niet alleen gebruikt voor wijn, maar was ook geschikt voor warme dranken.

Lekythos: Oliekruikje, doorgaans hoog en smal en voorzien van een klein verticaal oor boven aan de tuit. Daarnaast komt echter ook een brede, lage vorm met platte bodem voor. Dit kruikje werd gebruikt voor fijne olijfolie, waarmee atleten hun lichaam invetten, of voor reukwater. Lekythoi werden vaak aan de doden meegegeven of op hun graf geplaatst. Speciaal voor dit doel werden beschilderde lekythoi van wit aardewerk gemaakt.

Alabastron: Oorspronkelijk van albast, maar later vooral van aardewerk gemaakt flaconnetje. Het is langwerpig van vorm met een ronde bodem, zodat het goed in de hand lag. Het werd doorgaans gebruikt om er parfum in te bewaren. Het kon worden afgesloten met een stopje van was of hout. Door de oortjes kon een touwtje worden gehaald, zodat het kon worden opgehangen.

Aryballos: Kogelrond zalfflesje met in de brede mond een zeer nauwe tuit. De zalf werd door atleten gebruikt om zich mee in te smeren. Door de oortjes kon een touwtje worden gehaald om het op te hangen.

Pyxis: Toiletdoos, aanvankelijk in de geometrische tijd (900-700 v.Chr.) zeer groot en breed, in de vorm van een Goudse kaas; later veel kleiner en sierlijker, soms op drie pootjes en bijna altijd voorzien van een mooi dekseltje. Behalve cosmetica konden vrouwen er ook allerlei andere toiletspulletjes in bewaren.

Grieken | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: