Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

De brutale slaaf

De Romeinse komedie beleefde haar bloeitijd in de laatste twee eeuwen voor het begin van onze jaartelling. De belangrijkste auteurs waren Plautus en Terentius, die bekend werden door hun bewerkingen van Grieks-hellenistische toneelstukken, vooral van de komedieschrijver Menander. De onderwerpen voor de komedie waren ontleend aan het huiselijke leven: de liefde, het huwelijk, moeilijke ouders, opstandige kinderen.

Komische situaties werden gecreerd door randfiguren uit de samenleving, die inbreuk maakten op de normale gang van het dagelijkse leven: een jongeman van goeden huize wordt hopeloos verliefd op een meisje van lichte zeden, onechte kinderen blijken later toch van goede komaf te zijn, onbetrouwbare zakenlieden azen op het geld van goedgelovige huisvaders, zoekgeraakte weeskinderen vinden elkaar weer terug enz., enz.

Krachtig geschetste standaardkarakters zorgen voor directe herkenning: de vrekkige vader die niet wil dat zijn beeldschone dochter trouwt met een arme, maar eerlijke jongen, het meisje van lichte zeden dat een hart van goud blijkt te bezitten, de onhandige jongeman die door zijn verliefdheid in onmogelijke situaties komt te verkeren.

Het type van de ‘brutale slaaf’ speelde een centrale rol. Als gewiekste dienaar behoedt hij zijn meester voor de onbetrouwbare boeven, zorgt hij voor een amoureus afspraakje voor de onervaren zoon des huizes en levert gevraagd en ongevraagd commentaar op alles en iedereen. Het type van deze komische betweter wordt prachtig uitgebeeld door het bronzen beeldje uit Cortona: met de handen voor de buik geslagen levert de dienaar zijn commentaar. Hij is gekleed in een korte tunica en sandalen. Het gezicht wordt bedekt door een toneelmasker, dat zijn ondeugende karakter kracht bijzet: een grote, lachende mond, mopsneus, pientere ogen en zware wenkbrauwen.

Romeinen | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: