Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Minerva, Mars en Isis

Met de komst van de Romeinen deed ook de Romeinse godenwereld zijn intrede in ons land. Inscripties en graffiti noemen de namen van Romeinse goden, zoals Mars, Mercurius en Vesta. In brons, steen en terracotta afgebeeld, zijn ze duidelijk herkenbaar aan hun attributen. Maar behalve de Romeinse goden blijft men ook de inheemse goden vereren. Inscripties vermelden ook deze goden, zoals Sandraudiga, Nehalennia en Viradecdis. Vaak werden de nieuwe goden gedentificeerd met de van oudsher hier te lande vereerde. Zo zijn inscripties teruggevonden die ‘Mars Halamarthus’, ‘Hercules Magusanus’ en ‘Mercurius Arvernus’ vermelden. De inheemse god wordt gelijkgesteld aan de Romeinse met dezelfde kenmerken. De Romeinse geschiedschrijvers hebben dit verschijnsel reeds beschreven. Zij noemen het interpretatio romana.

Zo zullen de vele bronzen beeldjes met de kenmerken van Romeinse goden die in ons land worden teruggevonden waarschijnlijk vaak inheemse goden uitbeelden. Dit zijn er twee van. De mannelijke god stelt Mars voor, de god van de oorlog. Hij is herkenbaar aan de helm op zijn hoofd. Zijn andere attributen zijn verloren gegaan, maar uit de stand van zijn handen kan worden afgeleid dat hij in de rechter een speer vasthield en in de linker een schild. Mars werd meestal naakt weergegeven.

De vrouwelijke god stelt Minerva voor, godin van de oorlog en van de wijsheid. Ook zij is herkenbaar aan haar attributen, een helm op het hoofd en de aegis, het legendarische geitenvel met de kop van het monster Gorgo in het midden, op haar borst. Minerva is gekleed in Grieks tenue. Zij draagt eenchiton, een lang mouwloos gewaad, met daarover een himation, een mantel, die over de linkerschouder en rond het lichaam hangt. Het uiteinde is over de linkerarm gedrapeerd. Ook de helm is Grieks, van het Korinthische type, evenals de helm van Mars. Een andere overeenkomst tussen beide beeldjes is de houding. Beide goden staan op het rechterbeen, terwijl het linker naar voren gebogen ontspant. Het is de klassieke contrapost-houding. Houding en tenue wijzen erop dat de kunstenaars hun inspiratie ontleenden aan Griekse prototypes uit de 4de eeuw v.Chr.

Het beeldje van Mars is in de 19de eeuw aangekocht. Het zou zijn opgebaggerd uit de Waal bij Nijmegen. Minerva kwam tevoorschijn bij het afgraven van een terp te Wijnaldum aan het begin van de vorige eeuw. Friesland maakte weliswaar geen deel uit van het Romeinse rijk, evenmin als de andere noordelijke provincies, Noord-Holland, Groningen, Drenthe en Overijssel, maar met deze gebieden bestonden wel intensieve handelscontacten, zoals blijkt uit de vele Romeinse – vooral luxe – voorwerpen die in de noordelijke provincies aan het licht komen. Tot op heden meer dan vijftig bronzen beeldjes van Romeinse goden hebben zo hun weg naar het noorden van ons land gevonden. De terpafgravingen in Groningen en Friesland, die in de 19de eeuw begonnen om de vruchtbare terpaarde te gelde te maken, hebben heel wat beeldjes aan het licht gebracht.

Waarom juist bronzen beeldjes van Romeinse goden bij de Friezen zo populair waren, weten we niet. De Friezen zagen misschien in bepaalde Romeinse goden hun eigen goden weergegeven. Of de beeldjes dienden als betaalmiddel of geschenk van de Romeinse overheid aan hoofdmannen van Friese stammen.

Dat de Romeinen over het algemeen tolerant waren ten opzichte van de vele verschillende goden die in het immens grote rijk vereerd werden, blijkt wel uit het feit dat zij gelijkstelling zonder meer accepteerden. Bovendien vonden vele goden, vooral Oosterse, een warm onthaal in de hoofdstad Rome. De cultus van deze goden, Mithras, Kybeleen Isis bijvoorbeeld, verspreidde zich vanuit Rome over het westelijk deel van het imperium. Men moet er dus op bedacht zijn dat ook in ons land beeldjes van deze oosterse goden teruggevonden kunnen worden.

Een fraai voorbeeld vormt het bronzen beeldje van Isis. De godin is herkenbaar aan het diadeem met drie rechtop-staande struisvogelveren. In de rechterhand hield ze waarschijnlijk een sistrum, een ratel gebruikt bij haar eredienst. In de linkerhand houdt ze een offerschaal, een patera, waarop vier voorwerpen (vruchten?) liggen. Isis is, in tegenstelling tot Minerva, gekleed in de Romeinse vrouwendracht. Zij draagt een stola, een gewaad met mouwen tot aan de ellebogen dat tot op de voeten reikt, met daarover een palla, een enkellange mantel gemaakt van een grote lap stof, waarvan de bovenste helft omgeslagen is en tot even boven de knie hangt. De mantel is over haar linkerschouder geslagen en laat haar rechterschouder vrij. De bovenrand van de palla is opgerold zodat een sjerp-effect ontstaat.

Vergelijkbare beeldjes van de godin Isis zijn er nauwelijks. Een exemplaar uit Keulen heeft in de rechterhand nog een deel van een handvat vast, waarschijnlijk van een sistrum. Een type Isis-beeldje dat wel regelmatig voorkomt, is dat van de godin met in de ene hand een pateraen in de andere een hoorn des overvloeds of een scheepsroer, attributen van de Romeinse godin Fortuna. Die Isis-weergave wordt dan ook Isis-Fortuna genoemd. Er is wel geopperd dat deze Isis ook een scheepsroer of hoorn des overvloeds in de rechterhand hield, maar de stand van de hand pleit daar tegen.

Het Isis-beeldje is in 1962 gevonden bij de opgravingen van het Romeinse fort in Valkenburg (Z.H.). De opgravingen aldaar waren reeds in 1941 gestart en duurden, met tussenpozen, tot in 1967. Aanleiding voor het onderzoek vormde het bombardement in mei 1940, waarbij de dorpskern verwoest werd. Hieronder bleken zich de resten te bevinden van een Romeinse legerplaats die zeker vijfmaal is herbouwd. Het beeldje is afkomstig uit een opgravingslaag die behoorde bij de laatste fase van het fort. Op grond daarvan kan het worden gedateerd aan het einde van de 2de eeuw of in het begin van de 3de eeuw na Chr.

Romeinen | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: