Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Priesterkop van Melos

In de maand mei van het jaar 1825 kocht kolonel B.E.A. Rottiers een prachtige portretkop op het eilandje Milos (Melos) in de Egesche Zee. De kop liet een karaktervol mannelijk gelaat zien en werd door Rottiers genterpreteerd als een portret van keizer Nerva. Toen Rottiers hoorde dat een aantal jaren eerder dichtbij de vindplaats van de kop een prachtig Venusbeeld was opgegraven, werd zijn nieuwsgierigheid gewekt. Die eerdere vondst was namelijk de ‘Venus van Milo’. Dit standbeeld van een halfnaakte godin was door de bemanning van een Frans schip buitgemaakt en geschonken aan de Franse koning. Sindsdien is de Venus van Milo een van de topstukken in het Louvre te Parijs. Rottiers kocht het terrein waar deze vondsten waren gedaan en ondernam in augustus 1825 opgravingen in de hoop nog meer monumentale sculptuur te verwerven. Dat mislukte. Wel vond hij muurresten, een mozaekvloer en een rond, marmeren altaar. Hij liet tekeningen van zijn vondsten maken en zond de stukken in 1825 uit de havenstad Smyrna naar Leiden.

De karaktervolle portretkop is het belangrijkste stuk dat Rottiers op Milos verwierf. Waarschijnlijk heeft het deel uitgemaakt van een standbeeld, gezien het feit dat de rechterzijde de hals nog sporen laat zien van de aanzet tot de schouders.

De blik in de ogen is doordringend, ondanks het feit dat de pupillen niet zijn weergegeven. Dit effect werd verkregen door de oogleden sterk gearticuleerd weer te geven. Bovendien is het linkeroog wat meer open dan het rechter, waarvan het onderste ooglid strak is aangetrokken. Deze subtiele techniek geeft het portret een grote levendigheid. Opvallend aan de kop zijn verder de volle lippen en de wilskrachtig naar voren gestoken kin. De plooien rond de mond geven het gelaat een licht ironische glimlach. Om het hoofd ligt een lauwerkrans, die aan de voorzijde wordt gesloten door een medaillon, waarop de onderzijde van een vrouwelijke figuur nog vaag is te herkennen. Een dergelijk medaillon (Grieks:prometopidion) was vaak van edelmetaal vervaardigd met voorstellingen in drijfwerk.

Het antwoord op de vraag wie hier uitgebeeld is hangt af van de interpretatie van het medaillon in de lauwerkrans. Helaas is de bovenste helft verloren gegaan. Nog wel te zien zijn resten van een frontaal uitgebeelde vrouwelijke figuur, gekleed in een chiton met mouwen, met als sieraad een ronde schijf om de hals. In haar linkerhand houdt zij een attribuut vast, dat lijkt op een bundel korenaren. Dit element wijst op twee mogelijke interpretaties: de godin Demeter van de landbouw of Kybele, de moeder der goden. Zonder verdere attributen, zoals het hoofddeksel in de vorm van een polos (Demeter) of de stedenkroon (Kybele), is het niet mogelijk de godin nader te determineren. De portretkop heeft in elk geval toebehoord aan het standbeeld van een priester, een erefunctie van een hoge stedelijke magistraat of weldoener.

De datering van de kop is omstreden. Zoals gezegd zag Rottiers er een portret in van keizer Nerva (96-98 na Chr.). Reuvens, de eerste directeur van het museum, dateerde de kop anderhalve eeuw later: schynt eer van het lage Keizerryk, schreef hij na de inspectie van Rottiers’ oudheden. Hij interpreteerde het portret als van keizer Maximinus (235-238). Verder onderzoek heeft tot nieuwe inzichten geleid. Stilistisch heeft de kop het meest verwantschap met enkele portretten uit de regeringsperiode van keizer Augustus (27 v.Chr.-14 na Chr.): de zachte, bijna oppervlakkige bewerking van het marmer, de serene gelaatsuitdrukking en met name de bewerking van de haren, die in regelmatige lokken over het voorhoofd vallen. Indien deze datering in de augustesche tijd de juiste is, wordt de identificatie van de uitgebeelde man als een priester van Kybele waarschijnlijker. Onder keizer Augustus kreeg de verering van Kybele (door de Romeinen Magna Mater Idaea genoemd) een nieuwe impuls en werd zij geassocieerd met de oorsprong van de keizerlijke familie. Nieuwe priestercolleges werden opgezet en de on-Romeinse, oosterse kanten aan de Kybele-verering werden bijgeslepen en op Romeinse leest geschoeid. De datering van de kop in augustesche tijd en de interpretatie van de man als priester van Kybele/Magna Mater zouden op deze manier goed in harmonie zijn.

Romeinen | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: