Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Romeinse viziermaskers

De aanwezigheid van de Romeinen in ons land manifesteerde zich vooral in de grensforten, bevolkt met soldaten afkomstig uit alle delen van het rijk. In oorlogstijd waren hun taken duidelijk, maar er gingen ook decennia voorbij waarin vrede heerste. In die periodes werden natuurlijk wel oefeningen gehouden en werd er wacht gelopen, maar de meeste werktijd stond in het teken van corvee: schoonmaak- en onderhoudswerkzaamheden. Daarnaast voerden de soldaten ook zuiver civiele taken uit, zoals het bewaken van transporten, het maken van dakpannen en aardewerk, het aanleggen van wegen, de bouw van bruggen en allerlei openbare gebouwen. Kortom, in onze gewesten vormde het leger de motor van de civilisatie.

Het leger introduceerde ook typisch Romeinse vormen van vrijetijdsbesteding in ons land, zoals het bijwonen van toernooien, gladiatorengevechten, wedrennen en toneelstukken en de dagelijkse gang naar het badhuis. Materile overblijfselen, zoals de resten te Nijmegen van een amfitheater, waarin gladiatorengevechten werden gehouden, en stukken van toneelmaskers, wijzen erop dat deze vormen van vermaak ook in ons land hebben plaatsgevonden.

Deze viziermaskers zijn gedragen door deelnemers aan toernooien. Die toernooien, hippica gymnasia genaamd, zijn uitvoerig beschreven door de Romeinse auteur Flavius Arrianus, die leefde in de 2de eeuw na Chr., in zijn werk getiteld Tactica. De deelnemers, Romeinse cavaleristen uit het leger, leverden schijngevechten met elkaar en lieten staaltjes van hun rijkunst zien. Hierbij waren ruiter en paard gestoken in schitterende paradeuitrustingen.

Vanaf de tijd van keizer Augustus treft men onder het archeologische vondstmateriaal helmen met viziermasker, losse viziermaskers en andere uitrustingsstukken aan die vanwege de bijzonder rijke versiering bestempeld worden als paradeuitrustingsstukken. Hiertoe behoren met name fraai versierde schildknoppen, beenbeschermers en kappen voor het paardenhoofd. De functie van deze stukken wordt duidelijk na lezing van de Tactica. Hierin worden uitvoerig toernooiachtige manoeuvres van de cavalerie beschreven ten tijde van keizer Hadrianus. Daarbij droegen de aanvoerders en de beste ruiters o.a. vergulde helmen van brons of ijzer die het hoofd en het gezicht van de ruiter aan alle kanten omsloten, met openingen voor ogen, neus en mond en paradeschilden, lichter dan de schilden die in de oorlog werden gebruikt, en bovendien fraai versierd. De hoofden van de paarden waren tijdens deze toernooien beschermd met kappen.

De meeste van de rond de honderd teruggevonden viziermaskers zijn tevoorschijn gekomen in de grensgebieden van het Romeinse rijk en in graven verspreid over het hele rijk. De verklaring voor deze verspreiding is eenvoudig. De ruitereenheden, die de toernooien hielden, lagen langs de grenzen van het rijk. Na voltooiing van de militaire dienst keerde een ruiter vaak terug naar zijn geboortestreek, waar hij uiteindelijk werd begraven vergezeld van zijn dierbaarste persoonlijke bezittingen.

Dit viziermasker is waarschijnlijk opgebaggerd uit de Waal bij Nijmegen. Het is honderd jaar geleden terechtgekomen in een particuliere verzameling die in 1931 aan het Rijks Museum van Oudheden werd gelegateerd. Het stuk is gemaakt van verzilverd brons. Het werd met behulp van een scharnier aan de bovenzijde bevestigd aan de voorhoofdsband van de helm. Aan de onderzijde van het masker was aan weerskanten een riempje bevestigd waarmee het stuk aan de nekplaat van de helm kon worden vastgezet.

Een vrijwel identiek viziermasker, ook opgebaggerd uit de Waal bij Nijmegen, kwam aan het begin van vorige eeuw in het bezit van de verzamelaar G.M. Kam, oprichter van het gelijknamige museum te Nijmegen. Bij dit masker zijn nog delen van de bijbehorende helm bewaard, met name de voorhandsband, waaraan het masker bevestigd is. Het zou interessant zijn na te gaan of de stukken niet tegelijkertijd op dezelfde plaats zijn gevonden. In elk geval kunnen ze, gezien de grote overeenkomst, gelijktijdig gedateerd worden. De stilistische kenmerken, die hun plaats in de reeks teruggevonden viziermaskers bepaalt, wijzen op een datering tussen 50 en 70 na Chr.

Het andere viziermasker is gemaakt van ijzer met daaroverheen bronsblik. Het stuk lijkt een uitsnede: zijkanten en oren ontbreken. Bovendien zijn bovenaan en onderaan gaatjes aangebracht waarmee het stuk door middel van touwtjes ergens aan bevestigd kon worden. Op stilistische gronden wordt het stuk in de tweede helft van de eerste eeuw na Chr. gedateerd. Het is tevoorschijn gekomen bij fortificatiewerkzaamheden in de jaren 1867-1870 te Vechten (gem. Bunnik) op de plaats van een voormalig Romeins fort Fectio.

Romeinen | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: