Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Doopvontschelp

Gewild was de doopvontschelp ook in de Oudheid. En dan versierd, zoals dit bijzonder zeldzame exemplaar. Het is een van de schelphelften, en als je goed kijkt, zie je over de binnenzijde een patroon van fijn ingekraste lotussen en palmetten, en aan de buitenzijde twee sierlijke vleugels. Het aanhechtingspunt met de andere schelphelft is tot een vrouwenkop gesneden, met mooie amandelvormige ogen en lange gekrulde haarlokken. Dankzij verfrestjes in de groeven kun je je voorstellen hoe bont geschilderd de schelp ooit moet zijn geweest.

Er is maar een handjevol andere gedecoreerde doopvontschelpen uit de Oudheid bekend. Die werden maar gedurende een beperkte periode en in een klein gebied vervaardigd: het oostelijk Middellandse-Zeegebied in de nadagen van het neo-Assyrische wereldrijk, tussen 700 en 600 v.Chr. Naar hun functie kan alleen gegist worden. Gezien hun kwetsbaarheid en zeldzaamheid dienden ze waarschijnlijk voor luxe zaken, als cosmeticahouders bijvoorbeeld.

Het museum kon deze schelp in 1997 aankopen. Waarom? Al honderd jaar had het museum een klein stukje van een dergelijke schelp, van de westelijke Jordaanoever. Daar moet je een intact exemplaar naast kunnen leggen. Veel belangrijker is dat het museum altijd op zoek is naar bruggen tussen zijn deelcollecties. De versieringen op deze schelp vormen zo’n brug. Die zijn in Phoenicische stijl uitgevoerd, zo genoemd naar de legendarische zeevaarders en handelaars die vanuit de Libanese kust de hele Middellandse Zee aandeden. Deze stijl werd bijzonder populair in het vroege Griekenland en pre-Romeinse Itali, en heet daar treffend orintaliserend. Maar de belangrijkste reden is natuurlijk dat het een adembenemend mooi stuk is.

De voorwerpen | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: