Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Paardentuig uit Luristan

Het woeste bergland van Luristan in westelijk Iran is het herkomstgebied van de befaamde ‘Luristan-bronzen’: wapens, vaatwerk, sieraden, figuurtjes, paardentuig en andersoortig gerei, elk van uitzonderlijke kwaliteit en met een rijke, sterk gestileerde decoratie waarin vooral diermotieven een grote rol spelen. Deze bronzen treft men in vele musea en priv-collecties over de gehele wereld aan. Het vroegst bekende ‘Luristan-brons’ werd in 1854 door het British Museum in Londen verworven. De grote stroom naar de westerse wereld begon pas zeventig jaar later. Hoewel de bronzen zelf een grote bekendheid genieten, hebben we nauwelijks gedetailleerde informatie over de precieze herkomst en vondstomstandigheden. Vrijwel zonder uitzondering bleken (en blijken!) de aangeboden bronzen te stammen van clandestiene ‘opgravingen’ en plunderingen van antieke graven in Luristan. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd er wetenschappelijk gefundeerd veldwerk verricht, vooral van Belgische zijde, en ontstond enig inzicht in de herkomst, datering en achtergrond van de ‘Luristan bronzen’.

De grote bloeitijd van de bronscultuur van Luristan begon rond 1000 v.Chr., en duurde tot 600 v.Chr. Opgravingen brachten uitgestrekte necropolen aan het licht, gekenmerkt door grote, rechthoekige tot cirkelvormige tombes opgebouwd uit steenen afgedekt met grote steenplaten. In de meeste gevallen bleken de graven voor meer dan een bijzetting gebruikt te zijn. Bij elke nieuwe begraving werden de beenderen en de grafgiften van een eerdere bijzetting verwijderd of naar de zijwanden verschoven om ruimte te scheppen voor de nieuwe begraving. De graven moeten herkenbaar in het landschap aanwezig geweest zijn, aangezien een aantal tombes, te oordelen naar de bijgaven, gebruikt werden met tussenpozen van soms zeer lange duur. De grafgiften in de steenkistgraven omvatten bruin-beige aardewerk, soms voorzien van een genciseerde decoratie, sieraden en vooral de typische Luristan bronzen: wapens, standaardbekroningen, vaatwerk, etc.

Rond 800 v.Chr. verschijnt naast de steenkistgraven een nieuw type graf. Dat zijn de eenvoudige kuilgraven, bedoeld voor een enkel persoon. De necropolen krijgen nu een grotere omvang en bevatten vaak vele tientallen graven. Ook in de grafgiften zijn veranderingen waar te nemen. Zo werd er beige-rood tot grijs-zwart, soms diervormig aardewerk aangetroffen, en als metaalwerk onder meer gouden en zilveren sieraden, bronzen pronkwapens en bronzen vaatwerk in vele vormen.

Een karakteristiek onderdeel van de bronscultuur van Luristan vormt het paardentuig: bitten of onderdelen daarvan, zoals wangplaten en teugelringen. Juist het veelvuldig voorkomen van dergelijk paardentuig in de graven van Luristan heeft, samen met de sterke nadruk op diermotieven in de kunst van Luristan in het algemeen en het vrijwel ontbreken van nederzettingen in de regio, tot de veronderstelling geleid dat de makers van deze bronzen behoorden tot een nomadisch ruitervolk.

Dit is een teugelring, bekroond met de kop van een steenbok en aan beide zijden voorzien van twee symmetrisch tegenover elkaar geplaatste, liggende dieren. De kop van de steenbok heeft een lange snuit met plastisch weergegeven ogen en neusgaten. Drie horizontale lijnen over het voorhoofd duiden haar of huidplooien aan. De oren zijn fors en puntig aangezet, evenals de sterk gebogen, bijna cirkelvorige horens. Deze horens dragen over de gehele lengte schuin geplaatste inkervingen, als weergave van de natuurlijke horengroeven. De uiteinden van de horens raken de snuiten van de dieren ter weerszijden. Deze dieren hebben grote koppen met wijd opengesperde muilen en plastisch aangegeven oren en ogen. De lichamen zijn langgerekt en slank, met lange staarten, die aan het einde opwaarts gekruld zijn. De dieren hebben grote klauwen waarmee zij zich vastklemmen aan de ring. Naar alle waarschijnlijkheid worden hier roofdieren afgebeeld, die de steenbok aanvallen. De teugelring is maar aan een zijde bewerkt; de achterzijde is geheel vlak. Aan de achterzijde bevindt zich, onder de kop van de steenbok, een groot oog ter bevestiging van dit sierstuk.

Deze bronzen wangplaat in de vorm van een steenbok maakte oorspronkelijk deel uit van een paardenbit. Dergelijke wangplaten in de vorm van dieren zijn typerend voor de 8ste-7de eeuw v.Chr. Naast steenbokken treft men ook afbeeldingen aan van paarden, stieren, leeuwen, luipaarden, varkens en allerlei fantastische wezens, zoals gevleugelde paarden en sfinxen en griffioenen. De afgebeelde bok is evenwichtig en gracieus vorm gegeven, met de kop zijwaarts gericht, naar de toeschouwer toe. De kop draagt twee korte, gebogen horens en wijd afstaande oren. Het dier heeft een korte staarten staat op een grondlijn. Het voorlichaam toont een rond gat met plastische omlijsting, bestemd voor de bevestiging van de bitstaaf. Net als de teugelring is dit stuk slechts aan de voorzijde bewerkt. De achterkant is uitgehold, waarschijnlijk om het gewicht van de plaat te beperken en brons te sparen. Wel zijn aan de achterkant twee uitstekende pennen aangebracht, misschien om een bekleding van leer aan te hechten, mogelijk ook om bij het aantrekken van de teugels het dier beter in bedwang te kunnen houden. Op zowel de kop als op het achterlijf bevindt zich een oogje voor de bevestiging van riemen die de wangplaat, over de mond van het paard heen, verbonden met een identieke plaat aan de andere zijde.

De voorwerpen | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: