Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Tiglat-pileser III, koning van Assyri

In de 9de eeuw v.Chr. groeide Assyri opnieuw uit tot een machtig rijk, dat middels militaire campagnes grote delen van het Nabije Oosten onder haar bestuur bracht. Een duistere periode van zwakte en verval, die begon in de vroege 12de eeuw en voortduurde in de 10de eeuw v.Chr., kwam hiermee tot een einde. Eeuwenlang domineerde dit Nieuw-Assyrische rijk het politieke toneel, totdat Assyri in 612 v.Chr. (de val van Nineveh) onder de voet gelopen werd door een monsterverbond van Babylonirs, Meden en Scythen.

De aktiviteiten van grote koningen als Assur-nasirpal, Sargon, Tiglat-pileser en Sanherib zijn tot in detail vastgelegd op de vele stenen relifs opgesteld in de zalen van de paleizen in Nimrud (het oude Kalhu), Khorsabad (Dur-Sharrukin) en Kynjik (Nineveh). Naast voorstellingen van de koning bij de jacht of in gezelschap van goden, tonen de relifs vooral de grote militaire successen: veldtochten en veroveringen, belegeringen en verwoestingen zijn veelvuldig voorkomende thema’s.

De sculpturen zijn in de vorige eeuw opgegraven en nadien over musea en priv-collecties in de gehele wereld verspreid geraakt; de grootste verzameling bevindt zich in het British Museum in Londen. Het hiernaast getoonde relif werd, met meer dan 100 anderen, in 1847 door Austen Henry Layard gevonden in het z.g. centrale paleis te Nimrud in noord-Irak. Het Rijksmuseum van Oudheden verwierf het stuk begin jaren ’30; het is afkomstig uit de het bezit van de Engelse familie Mocatta, die nauw bevriend was met Layard en die dit relif van hem ten geschenke had gekregen.

Het relif maakte oorspronkelijk deel uit van een serie van dergelijke sculpturen, die de veldtocht van 743-740 v.Chr. van koning Tiglat-pileser III (745-727 v.Chr.) in Syri en Palestina afbeelden. Helaas is ons stuk niet kompleet: het behoort toe aan een grotere voorstelling die evenwel verloren is gegaan. Layard’s veldtekeningen (nu in het British Museum) laten echter een gedetailleerde reconstructie toe. De koning is gezeten op een troon en beslist over het lot van een aan hem voorgeleide gevangene. De koning is gekleed in een tot op de enkels reikend gewaad met korte mouwen, versierd langs de zomen, en draagt een hoge, afgeplatte kroon met een oprijzende punt. Aan zijn polsen draagt hij een armband. In de opgeheven rechterhand houdt de koning een staf vast, in zijn linkerhand eenbloem. De ongeschoeide voeten rusten op een klein, vierkant platform. De hoge troon toont fraai bewerkte poten en spijlen. Op de zetel ligt een doek met franjes; ook de rugleuning lijkt met een dergelijk doek bedekt te zijn. Op Layard’s tekening staat voor de koning een hoge ambtenaar of officier, die, met de linkerhand rustend op zijn zwaard en de rechterhand opgeheven, een op de knien liggende gevangene aan de koning voorleidt. De koning raakt met zijn staf het hoofd van de gevangene aan en lijkt deze gratie te verlenen: in de linkerhand houdt de koning een lotusbloem vast, het symbool van leven. Achter de troon staat de Bewaarder van de Koninklijke Boog, met de boog in de linkerhand en een knots in de rechterhand. Ons relif toont, achter de zitting van de troon, nog net deze rechterhand en de knotskop.

Het tweede relif werd eveneens door Layard in Tiglat-pileser’s paleis in Nimrud gevonden, als onderdeel van een serie van wandrelifs. Ook dit stuk blijkt een fragment van een groter relif te zijn, dat in haar geheel slechts bekend is van Layard’s tekeningen. De serie relifs begint met voorstellingen van de tweede militaire strafexpeditie in Babyloni, maar gaat vervolgens over in strijdtonelen, waaronder ons stuk, die zich in een geheel ander gebied afspelen. Zeer waarschijnlijk gaat het hier om voorstellingen van Tiglat-pileser’s campagne tegen de Meden, een vijandige buurvolk van Assyri dat herhaaldelijk de aandacht van de koning opeiste.

Het relif toont twee Assyrische soldaten in de aanval. De soldaten hebben kort, golvend haar en puntige baarden. Zij dragen een kort tuniek met versierde zoom, een brede gordel om het midden, een schouderriem voor het zwaard en, tenslotte, een helm met oorbeschermers en een naar voren omgeslagen verentooi. Hun bewapening bestaat uit een speer (gericht op de vijand), een kort zwaard hangend aan de schouderriem en een groot rond schild. Beide soldaten leggen aan op een door de knien zakkende tegenstander van onbekende nationaliteit, wiens bewapening sterk lijkt op die van de Assyrirs: wederom een speer, een rondschild en een zwaard (het zwaard zelf is weliswaar niet zichtbaar, maar de zwaardriem is duidelijk aangegeven op de rechterschouder). De man heeft het hoofd gekeerd naar zijn aanvallers en leunt op zijn speer. De gevallen soldaat heeft een gepunt baardje en draagt een kort, omzoomd gewaad, met om het middel een gordel bestaande uit een aantal banden. De man heeft een spits toelopende helm die in een kleine pluim lijkt te eindigen. Net als het relif met de koning op de troon, is ook dit stuk met grote aandacht en gevoel voor details vervaardigd: let op de zorgvuldige weergave van de baarden en het haar, of op de aanduiding van de been- en armspieren van de soldaten. Kenmerkend voor dit soort strijdtonelen is ook dat de Assyrische soldaten veel groter en gespierder zijn afgebeeld dan hun gevallen tegenstander; dit disproportionele karakter diende ter aanduiding van de Assyrische superioriteit en militaire kracht.

In de rechterboven- en benedenhoek van ons stuk zijn vagelijk nog sporen van relif te zien; wederom leunend op Layard’s tekeningen, blijkt het hier te gaan om delen van de bogen, armen en voeten van een tweetal boogschutters, die achter de beide soldaten met de speren staan. De boogschutters richten hun pijlen op een gierin de vlucht, met in zijn snavel en klauwen menselijke ingewanden.

De voorwerpen | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: