Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Germaanse halssieraden

In 1916 werden aan de uiterwaarden van de Gelderse IJssel bij Olst vier massief gouden halssieraden aangetroffen. Ze zijn omstreeks 400 vervaardigd uit omgesmolten solidi. Solidi, het meervoud van het Latijnse solidus, zijn laat-Romeinse gouden munten. In de Germaanse samenleving werd erg veel waarde gehecht aan edelmetalen sieraden. In het Britse heldenepos Beowulf (8ste eeuw) spreekt de maker goedkeurend over de vrijgevigheid van een koning die de beste strijder overlaadt met koninklijke geschenken:

Toen werd hem [Beowulf] de drinkbeker aangeboden en werd hem vriendelijk gevraagd het feest te vereren met zijn aanwezigheid. Versierd goud werd hem ter herinnering aangeboden: twee armbanden, met bijpassende kledij en ringen, en de vorstelijkste halsring waarover ik ooit heb horen spreken.

Germaanse koningen droegen zelf ook torques, zelfs wanneer ze ten strijde trokken. Dat sieraad was een symbool van hun macht en als oorlogsbuit zeer gewild. Beowulf vertelt het verhaal van een legendarische halsring die een Zuid-Zweedse koning op het slagveld verloor: De geweldige oorlogskoning droeg deze beroemde halsring toen hij het schuimende water overstak [om zijn vijand te ontmoeten]; hij sneuvelde onder zijn schild. Zijn geharnaste lichaam viel in handen van de Franken, net als de halsring.

De halssieraden van de goudschat van Olst zijn in het midden verdikt en over de omloop gefacetteerd. Op deze verdikking zijn versieringsmotieven aangebracht van punten en cirkels. Ook enkelvoudige, halve en dubbele ellipsen komen voor, naast S-vormige ornamenten. Dergelijke versieringen zijn typisch Germaans en het lijkt er dan ook op dat deze gouden voorwerpen specifiek voor en mogelijk door Germaanse handwerkslieden vervaardigd zijn. Het ring- of cirkelmotief was bij de Germanen een veel voorkomende versiering en verwees naar de eeuwigheid. De sluiting van de halssieraden bestaat uit een peervormig oog met een konisch knopje. Het goud is van hoge kwaliteit, maar liefst 22 karaats.

De goudschat van Olst staat niet op zichzelf; ook op andere plaatsen in Nederland zijn vergelijkbare vondsten gedaan. Zo werden in Beilen in 1955 vijf gouden halsringen en een armband aangetroffen. Deze goudschat telde ook nog eens 22 munten. Ruim een eeuw daarvoor, in 1850, waren er van deze vindplaats al een halsring en een munt bekend, die daarna weer kwijt zijn geraakt. Ook de halsringen van Beilen zijn in het midden verdikt en dragen typisch Germaanse versieringsmotieven. Er is berekend dat voor de zes sieraden uit de schatvondst van Beilen meer dan honderd solidi omgesmolten moeten zijn. De goudschat van Beilen is nu te bezichtigen in het Drents Museum te Assen.

Andere vindplaatsen van dergelijke bijzondere sieraden zijn Rhenen, in de buurt van het vroegmiddeleeuwse grafveld, en Velp. Een deel van laatstgenoemde goudschat, gevonden in 1751, is in het Rijksmuseum van Oudheden: twee tot medaillons verwerkte penningen, die omstreeks 425 in Ravenna geslagen zijn. De goudschat van Velp is oorspronkelijk groter geweest en heeft naast deze penningen ook bestaan uit een groot aantal gouden munten, armbanden, halsringen en een gouden ketting. Alleen de muntsieraden zijn bewaard gebleven.

De goudschatten hebben met elkaar gemeen dat ze aan het einde van de 4de eeuw of in het begin van de 5de eeuw in de grond terecht zijn gekomen. Wat de reden voor het begraven van dergelijke kostbaarheden is geweest, is niet met zekerheid te zeggen. In ieder geval moeten deze voorwerpen toebehoord hebben aan vooraanstaande Germaanse stamhoofden, die contacten met het Romeinse rijk onderhielden. Mogelijk hebben ze het goud gekregen als beloning voor diensten die ze de Romeinen geleverd hebben. Daarbij kan gedacht worden aan deelname aan militaire acties. Zo zullen de Germaanse stammen die de Romeinse rijksgrens tegen hun eigen soort beschermden zich ongetwijfeld vorstelijk, dus in goud, hebben laten betalen. Ook kan een hoofdman het Romeinse goud ontvangen hebben in ruil voor de belofte geen vijandelijkheden tegen de Romeinen te ondernemen.

De grote politieke onrust, onderlinge strijd en invallende plunderaars ten tijde van de volksverhuizingen kunnen de eigenaar ertoe hebben gebracht zijn schatten te verbergen. Misschien nam hij zelf deel aan militaire expedities en moest hij daardoor een veilige bergplaats voor zijn kostbaarheden vinden. Misschien was hij daarna niet meer in staat de verborgen schat op te graven, bijvoorbeeld omdat hij gesneuveld was. Indien geen andere overlevende op de hoogte was gebracht, raakte de bergplaats van de schat in vergetelheid.

Recentelijk heeft men op een andere mogelijke reden voor het begraven van dergelijke kostbaarheden gewezen. De goudschatten kunnen namelijk ook gebruikt zijn als offers om de goden gunstig te stemmen, of om de steun van de goden in onrustige tijden te krijgen. Schitterende offers van prestigieuze halsringen (symbool van wereldlijke macht) en andere gouden voorwerpen verleenden aanzien aan hen die de goden zo vorstelijk eerden. De goudschatten uit het einde van de 4de en het begin van de 5de eeuw, die zowel ten noorden als ten zuiden van de Rijn zijn gevonden, weerspiegelen in ieder geval de onstabiele politieke situatie in deze periode. Bovendien tonen deze rijkdommen het streven van de Romeinen om door allianties de bedreiging van hun imperium door invallen van buitenaf te trotseren. Er zullen nogal wat geschenken aan te pas zijn gekomen om de relaties met Germaanse stamhoofden te verbeteren en de allianties in stand te houden. Uiteindelijk mocht het niet baten, want in 406 overschreden Germaanse stammen definitief de Rijngrens en kwam er in Nederland een eind aan de Romeinse overheersing.

Nederland in de Romeinse tijd | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: